De oudejaarsconference is bij ons vaste prik met Oud & Nieuw. Dat Peter Pannekoek het deze keer verzorgde was even een domper, ik ben meer een fan van Claudia de Breij en Pieter Derks, die grappig zijn zonder grof taalgebruik.
Maar Peter was deze keer prima te volgen en hij verraste niet alleen met inzicht en eerlijkheid, maar ook door zijn aandacht voor mij als roller. Want hoewel de wereld in brand staat en er honderden onderwerpen zijn voor een conference, koos hij voor de rolstoelgebruikers. Hij wees op de manier waarop wij nog steeds als tweederangs burgers worden gezien en hoe je als niet-roller dit niet beseft.1
Toen ik nog een ‘loper’ was zag ik het ook niet. Ik zag oneindig veel op- en afritjes bij stoepen, ik zag liften en oprijplaten. Ik zag een toegankelijke wereld.
Tot ik anderhalf jaar geleden een ‘roller’ werd. En wat bleek? Het is een farce. Het is nep. Uiterlijk vertoon zonder gebruiksmogelijkheden.
Liften zijn vaker kapot dan werkzaam. In een gebouw is dat al lastig maar dan kun je je omdraaien en wegrollen. Een treinperron afkomen zonder lift is simpelweg onmogelijk. Dan moet dus – zonder overdrijven – de brandweer je komen redden! Dat is voor een cognitief gezonde invalide al een nachtmerrie, maar met FNS (prikkels, angst, stress) een no go. Ik ga dus nooit meer met de trein.
De drempel- en oprijplaten zijn er vaker niet dan wel. Die van de NS klinkt leuk maar is het niet. Je moet apart reserveren omdat iemand daadwerkelijk met dat enorme gevaarte de ingang voor jou rijklaar moet maken, en dan moet je vervolgens domweg hopen dat die persoon er ook is. En die plaat ook.
Maar je moet er ook tijd voor reserveren, je mist dus altijd de eerstvolgende trein! Je reistijd wordt soms verdubbeld omdat je niet zelfstandig een trein in en uit kunt in Nederland. Terwijl er al lang treinen bestaan die je als roller zelfstandig in kunt!
Maar ook winkels hebben zelden een drempelplaat. Hier in Nijmegen kan ik de helft van de winkels in het centrum niet binnen. De helft! Evenals cafés of restaurants met een ‘authentieke uitstraling’ dankzij de leuke traptredes voor de deur, om nog maar te zwijgen van een toilet in de kelder.
Waar je wel op- en afritjes hebt zijn stoepen. Oogt goed, maar in de praktijk is dit een gigantisch obstakel. Want ze zijn vaak te schuin. Nadat ik 1x keihard achterover ben gesmakt met mijn stoel toen in een stoep op wilde doe ik het niet meer. Ook eraf betekent vaak dat je of vooruit je stoel uit kukelt of de kleine voorwieltjes blijven steken in de goot en je letterlijk uit je stoel wordt gelanceerd.
Een ander probleem is de ruimte. Deze opritjes zijn altijd schuin op de hoek van de stoep geplaatst, wat betekent dat er na de oprit 3 of 4 stoeptegels zijn en dan een tuin. Maar die 4 stoeptegels zijn überhaupt niet genoeg ruimte voor mijn rolstoel, al helemaal niet als je bedenkt dat je met enige vaart het opritje moet nemen en er dus ook ruimte moet zijn om tot stilstand te komen (je weet wel, de bekende remafstand op de snelweg? Dat principe geldt voor alles dat tot stilstand moet komen, ook een rolstoel). En dan moet je ook nog kunnen draaien. Nadat ik een keer mijn voetplaat kapot heb gereden tegen een muurtje van een tuin is dat ook een reden om geen stoepen meer op te gaan.
Kortom, een rondje wandelen met mijn man betekent dus dat hij op de stoep loopt en ik 2 meter ernaast, gescheiden door stoeprand en geparkeerde auto’s, op de weg rijdt met 4 km per uur. Je snapt dat we niet meer gezellig gaan wandelen.
De politiek belooft nu dat Nederland in 2040 volledig toegankelijk moet zijn. Over 15 jaar! Tot die tijd moet ik wachten. Ik troost me met de gedachte dat ik nu dan niet kan wandelen met mijn gezin, maar tegen de tijd dat ik oma ben kan ik daadwerkelijk met mijn kleinkind, via de stoep, naar een speeltuintje. Ooit.
Astrid Beckers
Voorzitter FNS Patiëntenvereniging
Het stukje uit de Oudejaarsconference kan hier worden teruggekeken:
- Peter zei: “Wij hebben in Nederland eigenlijk niet door dat mensen met een fysieke uitdaging worden behandeld als tweederangs burgers. Omdat de meeste van ons het niet hebben, zien we het gewoon niet. Eigenlijk zou iedereen in Nederland zich 1 dag moeten voortbewegen in een rolstoel. Je weet niet wat je meemaakt! (…) Ga er eens op letten hoe vaak er bij stations de lift stuk is. Dan houdt de reis dus op. (…) Ook bij de trein, er moet altijd iemand van de NS aanwezig zijn om die loopplank neer te leggen. Maar die is er heel vaak niet. Als je in een rolstoel zit kun je de trein niet in. Of nog erger, de trein niet uit.” ↩︎
