Deze pagina is speciaal voor huisartsen, praktijkondersteuners en doktersassistenten
Wat is FNS?
FNS (Functionele Neurologische Stoornis) is een aantoonbare hersenaandoening waarbij de hersenen niet goed samenwerken met het lichaam en de zintuigen. Signalen worden door het zenuwstelsel niet of niet goed verstuurd of ontvangen.
FNS is een neurologische aandoening, niet psychisch.
FNS kan een ernstige en zeer beperkende en invaliderende aandoening zijn (of worden) die het hele leven kan beheersen. Zowel van de patiënt als de omgeving.
Symptomen
FNS heeft heel veel verschillende symptomen:
Fysieke symptomen (zoals parese, verlamming, tremoren, dystonie, stuiptrekkingen, incontinentie, niet kunnen praten, black-outs, functionele aanvallen (vroeger PNEA genoemd)1).
Zintuiglijke symptomen (zoals niet/slecht horen, niet/slecht kunnen zien, niet/slecht kunnen ruiken, voelen van tintelingen of het ervaren van een doof gevoel of gevoelloosheid).
Overige symptomen (zoals zeer gevoelig voor prikkels zoals geluid/licht/aanraking/geur, niet kunnen nadenken, geheugenproblemen, slaapproblemen, concentratieproblemen).
Klinisch beeld
FNS heeft een hoge mate van heterogeniteit. Derhalve is er geen eenduidig klinisch beeld. Een patiënt kan 2 symptomen hebben of 12, mild of ernstig, aanvalsgewijs of continu en elke combinatie hiervan.
De mate van ernst kan door de tijd heen veranderen; zowel minder erg worden als verergeren. Ook kunnen klachten verdwijnen, terugkomen en er kunnen nieuwe klachten ontstaan.
De ernst van de FNS is zeer divers. Met milde klachten kan een patiënt vaak nog een paar uur per week werken, hobby’s uitoefenen en voor een gezin zorgen. Anderen zijn volledig arbeidsongeschikt en zijn afhankelijk van een rolstoel of thuishulp.
Diagnostiek en casus-management
Bij een vermoeden van FNS dient direct doorverwezen te worden naar een neuroloog. Op basis van positieve kenmerken en tests wordt de diagnose FNS gesteld. (meer info over diagnostiek)
Hoewel het regiebehandelaarschap/casus-management bij de neuroloog zou moeten liggen, is dit nog zelden het geval. Het merendeel van de patiënten krijgt de diagnose FNS waarna er wordt verwezen naar het internet en ze de neuroloog nooit meer zien: “u heeft FNS, zoekt u maar op internet op de site van Stichting FNS. Succes.” Al deze patiënten staan met lege handen en ervaren vaak een groot gevoel van afwijzing en eenzaamheid vanuit de medische wereld. Probeer u eens voor te stellen dat iemand met kanker de deur wordt gewezen door de oncoloog met de woorden: u heeft darmkanker, zoekt u maar op internet, veel succes.
Hoewel er ondertussen op internet vrij betrouwbare informatie te vinden is over FNS, gaat er ook nog veel desinformatie rond. Een patiënt met een ernstige aandoening als FNS dient door een arts begeleidt te worden.
Hierdoor komt de taak van casus-management vaak bij de huisarts terecht. Het is heel belangrijk dat één zorgverlener deze taak serieus oppakt. Juist door de onbekendheid van de aandoening en het beperkte aanbod van behandeling, is het noodzaak de patiënt te helpen de juiste behandelingen te vinden, te begeleiden met wachtlijsten of de juiste hulp aan te vragen zoals thuiszorg.
Tijdens regelmatige follow ups staat het beloop van de FNS, (tussentijds) resultaat van behandelingen en ADL centraal. Bijsturing volgt wanneer klachten veranderen, behandelingresultaten uitblijven en/of ADL problematisch wordt.
Behandeling
De behandeling is afhankelijk van de symptomen, de oorzaak van de FNS en de patiënt zelf.
De meest bekende behandelingen zijn (in 2026)
- psychosomatische fysiotherapie (wordt ingezet bij: uitval, verlies van spierspanning, bewegingsproblemen)
Voordeel: door heel Nederland; korte wachtlijsten
Nadeel: er is nog geen chronische indicatie, dus het kost veel geld. Er zijn enkele codes die kunnen worden ingezet, afhankelijk van de klachten. - medische hypnose (wordt ingezet bij: alle fysieke problemen en functionele aanvallen)
Nadeel: niet iedereen kan onder hypnose worden gebracht; niet elke hypnotherapeut kan FNS behandelen; sommige behandelaren menen dat hypnose een wondermiddel is. - katalepsie-inductie (wordt ingezet bij uitval en bij schokken, tremoren, etc.)
Voordeel: steeds meer fysiotherapeuten leren deze techniek.
Nadeel: de patiënt moet gezonde armen en handen hebben om katalepsie bij zichzelf toe te passen, terwijl FNS ook de armen kan aandoen. - cognitieve gedragstherapie/psychotherapie (kan sowieso helpen bij het leren leven met FNS, maar specifiek wanneer de uitlokkende factor op het mentale/psychische vlak ligt. Ook kan het helpen bij functionele aanvallen)
Voordeel: met een goede psycholoog die FNS écht kent, kunnen uitlokkende factoren of instandhoudende factoren worden gevonden die in eerste instantie niet voor de hand liggend waren.
Nadeel: een slechte psycholoog blijft wroeten naar factoren die er niet zijn; patiënten krijgen het idee dat FNS wordt weggezet als psychisch als ze naar een psycholoog worden verwezen; lange wachtlijsten. - psychomotorische therapie (breed inzetbaar voor fysieke FNS-klachten)
Voordeel: breed inzetbaar
Nadeel: het is moeilijk een therapeut te vinden; de kosten zijn hoog bij een zelfstandige therapeut. - logopedie (wordt ingezet bij: spraak/stem/slik/hoor-problemen)
Voordeel: door heel Nederland, relatief korte wachtlijsten
Nadeel: niet veel logopedisten zijn bekend met de behandeling van functionele slik- en spreekklachten.
Maar er is natuurlijk meer mogelijk, afhankelijk van de klachten kan er buiten deze behandelmethoden gezocht worden.
Mono- versus multidisciplinair
Bij sommige patiënten is één type behandeling helpend en bij andere patiënten juist een combinatie van verschillende behandelingen. In het algemeen geldt dat een multidisciplinaire behandeling het meeste resultaat geeft.
De bovengenoemde behandelingen kunnen op verschillende plekken worden gevonden.
Zelfstandigen / monodisciplinair
Alle behandeltypen worden aangeboden door zelfstandig gevestigde behandelaren. Waar een psychosomatische fysiotherapeut makkelijk te vinden is, is het helaas wel moeilijk zoeken naar een fysiotherapeut die ook katalepsie-inductie kan doen.
Helaas zijn niet alle zelfstandigen op de hoogte van de nieuwste inzichten rondom FNS. Er zijn nog teveel behandelaren die menen dat de 30-jaar oude conversiestoornis-theorie juist is. Deze behandelaren zetten in op negeren en dwang. De huidige inzichten zetten juist in op grenzen respecteren en luisteren naar je lijf. De conversiestoornis-bejegening kan juist de FNS verergeren. Het is daarom wijs om, wanneer er naar een zelfstandig gevestigde behandelaar wordt gezocht, actief na te vragen welke kennis omtrent FNS deze zorgverlener heeft. Ook wanneer deze op de website aangeeft FNS te kennen.
Behandelaren vinden
Er zijn op dit moment een paar manieren om een zelfstandige behandelaar te vinden.
Fysiotherapie, ergotherapie, logopedie
- FNS-net.
Dit is op dit moment onderdeel van Stichting FNS en wordt in de loop van 2026 een zelfstandige stichting. De behandelaren op FNS-net zijn fysio-, ergo- en oefentherapeuten en logopedisten. Deze behandelaren hebben een tweedaagse online training gevolgd bij FNS-net en mogen daarmee genoemd worden op de website.
Hoewel de meeste behandelaren hier dus een redelijke basiskennis hebben van FNS, is het geen waarborg voor goede zorg. Sommigen interpreteren de FNS-kennis met een conversiestoornis-hoed op en geven nog steeds slechte zorg. We raden altijd aan contact te zoeken met de behandelaar en heel direct te vragen naar wat zij weten over FNS. Dan hoor je snel genoeg of ze betrouwbaar zijn. - Wat zit er in de buurt?
De meeste psychosomatische fysiotherapeuten hebben genoeg kennis van FNS om te behandelen. Een psychosomatische fysiotherapeut in de naaste omgeving kan dus al de goede behandeling geven, ook zonder training.
Voor ergo-therapie is niet speciale kennis nodig, het is vooral belangrijk dat er geen verouderde kennis is die stelt dat er met FNS nooit hulpmiddelen mogen worden ingezet. Bij ergotherapie is vooral de verouderde kennis over FNS een groter probleem dan het ontbreken van kennis over FNS.
Wanneer een logopedist nodig is, is het vooral belangrijk dat deze kennis heeft van functionele problematiek. Dit is vaak met 1 telefoontje na te gaan.
Psychologen
Vaak kan een psycholoog helpend zijn, en dan vooral een psycholoog met ervaring met ALK. Op nalk.info is een overzicht van behandelaren.
Multidisciplinair / Klinieken
Er zijn meerdere klinieken die behandeling bieden, veelal multidisciplinair. We werken er hard aan om een goed overzicht te kunnen bieden van alle aanbieders, maar voor nu staat op deze website de meest overzichtelijke lijst (levenmetfns.com/behandeling/ )
Een waarde-oordeel over de kwaliteit is nu nog niet te geven. De klinieken verschillen erg in aanpak en alle hier genoemde klinieken kennen zowel succesverhalen als negatieve ervaringen. Omdat sommige bekender zijn dan andere zijn ze nog niet beter dan andere, dat is het enige dat we hier willen meegeven.
Baadt het niet, dan schaadt het soms wel
Niet elke behandeling werkt bij alle patiënten. Sommigen worden beter door hypnose en voor anderen werkt het helemaal niet of kunnen de klachten zelfs erger worden. Zelfs zoiets ogenschijnlijk onschuldigs en goeds als ademhalingsoefeningen kunnen voor sommige patiënten juist de klachten verergeren. Daarom is het belangrijk dat elke soort therapie wordt geprobeerd en dat bij elke therapie er aandacht is voor de mogelijkheid dat het juist de FNS verergerd. Meer inzicht in deze column.
Beloop en prognose
Zowel beloop als prognose zijn onvoorspelbaar en grillig. Met een snelle diagnose en goede behandeling is klachtenvrij worden een optie of klachten kunnen verbeteren. Een deel van de patiënten verbetert niet of wordt slechter. Ook na een paar jaar kunnen de klachten erger of minder worden, verdwijnen, plots weer terugkomen of er kunnen nieuwe symptomen bij komen.
Waarom de ene patiënt wel klachtenvrij raakt en de ander juist meer klachten krijgt is onbekend.
Aangetoond is dat 20 tot 33% van de patiënten klachtenvrij wordt (met kans op recidief). De rest houdt milde of ernstige klachten en heeft dus chronische FNS. https://levenmetfns.com/chronische-fns-de-cijfers/
Hulpmiddelen
hulpmiddelen kunnen veilig worden ingezet bij FNS. Denk hierbij aan een stok, rollator, rolstoel, scootmobiel, wmo-taxi, huishoudelijke hulp, etc.
Vanuit de conversie-theorie werd het ontraden omdat conversiestoornis niet echt was maar slecht aandachttrekkerij dat met dwang en negeren over zou gaan. Die inzichten zijn achterhaald en FNS wordt juist behandeld vanuit aandacht en het respecteren van grenzen. Dit doe je onder andere door het inzetten van hulpmiddelen wanneer de klachten een te grote beperking zijn in het dagelijks leven.
Het weghouden van hulpmiddelen kan zelfs de FNS verergeren; door patiënten continu over hun grenzen te laten gaan kunnen de klachten erger worden. Ook wordt de kans op ongelukken groter.
Tevens kunnen hulpmiddelen behandeling ondersteunen. Een patiënt met loopklachten kan zich met een rollator veilig voelen omdat je elk moment kunt zitten. Hierdoor ontstaat er ruimte om naar buiten te gaan en de oefeningen van de fysiotherapeut te doen.
Daarnaast is een hulpmiddel bij invaliderende chronische FNS simpelweg noodzakelijk, ook voor langere tijd. https://levenmetfns.com/hulpmiddel-ja-of-nee/
Prevalentie
Hoewel onbekend, is FNS verre van zeldzaam. De meest recente schatting uit 2025 is dat in Nederland minimaal 25.000 tot wellicht 294.400 mensen FNS hebben. Ter vergelijk: 32.000 mensen hebben MS.
FNS komt veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Het kan op elke leeftijd ontstaan; de jongst bekende patiënt is 4 jaar.
Wisselende prevalantiecijfers
De prevalentiecijfers die op verschillende plekken genoemd worden, verschillen erg van elkaar. Dit heeft meerdere oorzaken.
- Men noemt verouderde gegevens. Zo staat in de Zorgstandaard FNS een cijfer dat teruggrijpt op een onderzoek uit 2015 dat in de voorgaande versie van de standaard werd aangehaald en wat niet verbeterd is.
- Men noemt een deel van de prevalentie. Het meest recente onderzoek uit 2025 noemt (https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12015090/pdf/jnnp-96-4.pdf ): “the minimum point prevalence of FND may lie between 80 and 140/100 000, while the overall estimate based on all data sources varies more widely between 50 and 1600/100000.” De prevalentie is dus niet 1 nummer maar een bereik. Veel bronnen noemen alleen de eerste (minimum van 80-140/100.000), laten de aanduiding minimum weg en brengen dit als dé prevalentie.
- Men noemt 1 getal en niet het bereik. Er is voor FNS geen eenduidig prevalentiecijfer te geven. Dit komt omdat er nog geen diagnostische neurologiecode is en er dus simpelweg niet kan worden geteld hoeveel patiënten de diagnose hebben gekregen. Het nieuwste cijfer uit 2025 is berekend door tientallen onderzoeken te combineren om hieruit een prevalentie te extraheren.
Comorbiditeiten
Veel patiënten met FNS hebben comorbiditeiten. Dit kunnen (meerdere) somatische, neurologische en/of psychische aandoeningen zijn maar ook wat tegenwoordig wordt samengevat onder de term neurodivergentie. Veel voorkomende comorbiditeiten zijn:
Somatisch/neurologisch: MS, NAH, hEDS, fybromyalgie
Psychisch: PTSS, persoonlijkheidsstoornissen, depressie.
Neurodivergentie: hoogbegaafdheid, autisme, adhd
Sommige comorbiditeiten kunnen een belemmering zijn voor FNS-behandeling en vice versa. Ook kunnen aandoeningen elkaar beïnvloeden of kunnen symptomen door elkaar heen lopen. Het is belangrijk oog te hebben voor elke aandoening en de patiënt te begeleiden om met de combinatie om te gaan.
Wanneer een patiënt zich meldt met een nieuwe klacht, is het noodzakelijk deze onbevooroordeeld te bezien. Het kan een nieuwe aandoening zijn, onderdeel van een comorbiditeit zijn of horend bij FNS. Vooral wanneer de klacht ook een symptoom voor FNS is, is het belangrijk uit te sluiten dat het niet iets anders is. De conclusie ‘het zal wel je FNS zijn’ wordt nog te vaak getrokken waardoor de onderliggende aandoening niet wordt behandeld.
“ik ging naar de huisarts want ik had last van mijn arm. Het tintelde helemaal, vooral mijn hand. En mijn duim bewoog uit zichzelf. Ik had al gezien dat die klachten bij FNS hoorde, dan heb je ook last van tintelingen en van tremoren. Maar ik kreeg van lotgenoten te horen dat ik toch met nieuwe klachten naar de huisarts moest. En gelukkig maar, want ik bleek dus een slijmbeursontsteking te hebben. 2x een prik en de klachten waren weg. Ik ben zo blij dat mijn huisarts goed onderzoek doet en me altijd serieus neemt.”
Conversiestoornis
Conversiestoornis is een verouderde benaming voor FNS. In de DSM5 staat nog ‘conversiestoornis (functionele neurologische stoornis)’ maar dit is in de DSM5-TR veranderd naar ‘functionele neurologische stoornis (conversiestoornis) (https://www.boom.nl/psychiatrie/dsm-5-tr ) . Omdat er ondertussen is vastgesteld dat er geen sprake is van conversie nemen wij aan dat de term in de volgende uitgave is verdwenen danwel überhaupt FNS niet meer in de DSM staat maar er een neurologische code zal zijn.
De term conversiestoornis moet vermeden worden. De theorie achter conversiestoornis en de behandeling/bejegening zijn achterhaald. Het idee dat het gedrag is dat moet worden gecorrigeerd door negeren en dwang is sinds 20 jaar al achterhaald maar de ideeën zijn hardnekkig.
Het negeren van de klachten en daarmee juist over je grenzen heen gaan, kunnen de klachten juist verergeren. Ook dwang toepassen (door eten en drinken buiten het bereik van de patiënt te zetten) werkt niet en dwingt wederom de patiënt tot het overschrijden van de eigen grenzen.
Er is (nog) geen NHG-richtlijn voor FNS. We adviseren de Akwa GGZ Zorgstandaard FNS aan te houden als richtlijn tot er een NHG-richtlijn is.
Mist u hier informatie? Laat het ons weten zodat we het kunnen aanvullen: info@fnspatientenvereniging.com
- PNEA (Psychogene Niet-Epileptische Aanvallen) wordt niet meer gebruikt. Ten eerste is het woordje Psychogeen achterhaald, de oorzaak van een aanval is niet altijd emotie-gerelateerd. Ten tweede is het een negatieve diagnose: het zegt wat het níet is (niet-epileptisch) in plaats van dat het zegt wat het wel is. Daarom wordt tegenwoordig de term ‘functionele aanval’ gebruikt. ↩︎
